Deze website maakt gebruik van cookies

UNL maakt standaard gebruik van functionele en analytische cookies. Overige video en tracking cookies plaatsen we alleen met jouw toestemming. Je kunt alle cookies accepteren of de instellingen wijzingen.

Meer informatie over cookies op deze website

Cookie instellingen

Selecteer de cookies die je wilt accepteren. Je kunt meer lezen over cookies in onze cookie statement. Hoe we omgaan met uw privacy kunt u lezen in onze privacy statement.

Cookie-opties

Deze cookies zijn nodig om de website naar behoren te laten functioneren.

Deze cookies houden bezoekgegevens bij die wij kunnen gebruiken om onze website te verbeteren.

Deze cookies zorgen voor gepersonaliseerde advertenties en passende campagnes. Advertenties worden op websites van derden geplaatst. Tevens zorgen deze cookies voor een koppeling met social media platformen, hierdoor kan je bijvoorbeeld doorgeplaatste video’s op onze website bekijken.

Deze cookies maken het mogelijk om de verschillende soorten data- visualisaties te bekijken op de website.

Overig verlof, waaronder sabbatical leave

4.5 Overig verlof, waaronder sabbatical leave

Artikel 4.21 Kortdurend zorgverlof

  1. Bij ziekte van de partner, ouders, kinderen (stief-, schoon- of pleegfamilieleden daaronder begrepen) of andere in artikel 5.1 lid 2 van de Wet arbeid en zorg genoemde personen, waarvoor thuisverpleging en/of verzorging noodzakelijk is, heeft de werknemer die de verzorging en/of verpleging op zich neemt recht op buitengewoon verlof al dan niet met behoud van bezoldiging.
  2. Met overeenkomstige toepassing van de Wet arbeid en zorg behoudt de werknemer in elke periode van 12 achtereenvolgende maanden gedurende ten hoogste twee maal de arbeidsduur per week, recht op 70% van het loon, maar tenminste op het voor hem geldende wettelijke minimumloon, en ten hoogste 70% van het maximum dagloon als bedoeld in artikel 17 eerste lid van de Wet financiering sociale verzekeringen.
  3. Het verlof dat de periode genoemd in lid 2 te boven gaat, wordt toegekend tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet.

Artikel 4.22 Calamiteiten en ander kort verzuim verlof

  1. De werknemer die op grond van de Wet arbeid en zorg recht heeft op calamiteiten- en ander kort verzuimverlof, waaronder verlof om te voldoen aan een wettelijke verplichting of geboorteverlof, heeft gedurende dit verlof recht op behoud van zijn bezoldiging met inachtneming van het derde lid.
  2. Onder een calamiteit wordt verstaan een plotselinge gebeurtenis waarvoor de werknemer zonder uitstel maatregelen moet treffen en dit een onmiddellijke onderbreking van de arbeid vergt.
  3. Het recht op loondoorbetaling bij calamiteiten geldt voor maximaal twee dagen per kalenderjaar.
  4. Voor het recht op loondoorbetaling bij geboorteverlof geldt de Wet arbeid en zorg.

Artikel 4.23 Sabbatical leave

  1. De werkgever kan de werknemer op zijn verzoek verlof van langere duur verlenen voor een sabbatical leave.
  2. Onder sabbatical leave wordt verstaan een langere verlofperiode, waarbinnen de werknemer algemeen of gericht aandacht besteedt aan de eigen employability.
  3. Bij toekenning van sabbatical leave maken de werkgever en werknemer in elk geval afspraken over de wijze van invulling en opname van het verlof, de duur van het verlof, de al dan niet doorbetaling van de bezoldiging, de betaling van de pensioenpremie en het inzetten door de werknemer van gespaarde vakantie-uren, bedoeld in artikel 5.5, voor een deel van de verlofperiode.
  4. Bij het inzetten door de werknemer van gespaard verlof voor sabbatical leave kent de werkgever een premie toe, indien er naar het oordeel van de werkgever ook sprake is van een bedrijfsbelang.

Artikel 4.24 Lokale regels inzake buitengewoon verlof, waaronder vakbondsverlof

  1. In aanvulling op het bepaalde in deze paragraaf kan de werkgever in overeenstemming met de werknemersorganisaties in het lokaal overleg nadere regelingen vaststellen inzake verlof voor het verrichten van bepaalde activiteiten, in verband met bepaalde bijzondere persoonlijke omstandigheden of ter aanvulling op de bepalingen van de Wet arbeid en zorg.
    Deze nadere regels kunnen onder meer betrekking hebben op de duur en omvang van het verlof, de al dan niet (gedeeltelijke) doorbetaling van de bezoldiging, de voorwaarden voor verlof en de betaling van de pensioenpremie.
  2. Op de in lid 1 genoemde (nadere) regels is artikel 10.8 van toepassing.

Artikel 4.25 Overig buitengewoon verlof

In aanvulling op het bepaalde in deze paragraaf of in aanvulling op nadere lokale regels kan de werkgever de werknemer op zijn verzoek in geval van bijzondere omstandigheden buitengewoon verlof verlenen. De werkgever bepaalt of dit verlof al dan niet met behoud van gehele of gedeeltelijke bezoldiging wordt verleend en kan daaraan voorwaarden stellen.

Artikel 4.26 Transitieverlof

  1. Een werknemer die in gendertransitie is of gaat heeft met ingang van 1 augustus 2023 gedurende het dienstverband bij één van de universiteiten per kalenderjaar recht op maximaal 2 weken transitieverlof met behoud van bezoldiging voor de benodigde medische en niet-medische behandelingen en eventuele hersteltijd zonder zich ziek te hoeven melden. Als de werknemer als gevolg van Uitgezonderd hierop is als er een medische behandeling plaatsvindt (bv chirurgische ingreep) met als gevolg waarvan de werknemer arbeidsongeschikt is, is sprake van beperkingen heeft. Hiervoor krijgt de werknemer ziekteverlof vanaf de eerste dag van deze arbeidsongeschiktheid.
  2. De werknemer kan het maximum aan transitieverlof in delen opnemen. De werknemer meldt het opnemen van het transitieverlof schriftelijk bij de werkgever ten minste acht weken voor ingang van het verlof, onder opgave van de omvang van het verlof, de vermoedelijke duur van het verlof, vergezeld van een verklaring van een geregistreerde behandelend arts, tijdstip van ingang en wanneer van toepassing de spreiding van de uren over de week. Indien dit niet mogelijk is meldt de werknemer het opnemen van het verlof zo spoedig mogelijk. De werkgever willigt het verzoek om opname van het transitieverlof in.
  3. Deze regeling geldt tot de datum waarop 1 januari 2026 of tot het transitieverlof wettelijk is geregeld, doch uiterlijk tot 1 januari 2026. Op het moment dat het wettelijk geregelde transitieverlof van kracht wordt, vervalt dit artikel uit de cao-NU en treden cao-partijen in overleg om te kijken of nadere afspraken nodig zijn.